Spelling
Bezittelijke voornaamwoorden
Een bezittelijk voornaamwoord laat zien van wie iets is.
Voorbeelden:
mijn, jouw, zijn, haar, onze, jullie, hun
Voorbeeldzin:
De hardloper trekt zijn schoenen aan.
(De schoenen zijn van hem.)
Een bezittelijk voornaamwoord laat zien van wie iets is.
Voorbeelden:
mijn, jouw, zijn, haar, onze, jullie, hun
Voorbeeldzin:
De hardloper trekt zijn schoenen aan.
(De schoenen zijn van hem.)